Adverteerder graag

Mijn no cure no pay verhaal is niks geworden. Na thuiskomst stuurde ik de foto’s op via WeTransfer. En ik hoorde niets. Dus na twee weken eens voorzichtig geïnformeerd: vonden jullie het wat? Ach, suf, vergeten de foto’s te downloaden: wil je ze nog een keer sturen? Welja, een freelancer doet nooit lullig, dus ik zoek gewoon weer de beste uit al die foto’s en stuur ze nog een keer. Weer hoor ik niks, dus ik voel de bui al hangen. Maar toch gooi ik er nog een mailtje tegenaan. Tja, is de reactie, ze zijn best mooi, maar ze knallen er niet echt in, zeg maar. Oké, kan ik niet laten wat pinnig op te merken: dat doen de foto’s over Duitsland van deze maand ook niet echt toch? Nou ja, komt er dan, we kunnen er nog wel wat stockfoto’s bij doen hoor, dus die foto’s zijn het probleem eigenlijk niet. Schrijf het verhaal maar gewoon, dan kijken we of we het wat vinden. Mmm, proefverhalen kosten tijd en daar heb ik dus niet zoveel zin in. En dan komt er ineens nog een aap uit de mouw: en we willen dan ook wel graag dat je er nog even een adverteerder bij regelt. Huh? Iemand met een leuke aanbieding met een hotel of zoiets? Nee, gewoon iemand die een hele pagina afneemt als adverteerder, is het merkwaardige antwoord. Wat kost dat dan, wil ik graag nog even weten voor de statistieken. Zo’n 5.500 euro. Dus om 1.500 te verdienen met mijn verhaal plus foto’s, moet ik iemand gaan zoeken die er 5.500 euro voor over heeft om naast mijn verhaal te staan met een advertentie. Nou nee, zeg ik, daar wilde ik maar niet aan gaan beginnen. Dat lijkt me niet mijn werk. No pay dus. Maar het was een mooie reis.

No cure no pay

Binnenkort ga ik naar Costa Rica. Een land waar ik al jaren heen wil, maar tot nu toe is het er niet van gekomen. En zo reageren veel mensen: “Oh, daar wil ik ook al zo lang heen, lijkt me fantastisch!” Dus: idee voor een verhaal. Ik ga kijken hoe het er is en schrijf er een mooi stuk over. Verdien ik meteen een beetje vakantiegeld terug. Maar reisverhalen zijn moeilijk te slijten. Opdrachtgevers nemen de reiskosten al lang niet meer op zich en hoofdredacteuren schrijven de mooiste verhalen vaak graag zelf, zie ik geregeld. Gelijk hebben ze natuurlijk. Een lastige klus is het ook wel, want je moet er ook het beeld bij leveren. En in dat beeld mag je lief dan natuurlijk niet staan, dus gezellige vakantiekiekjes zijn er amper bij.  En ook bij deze doe-het-zelf-fotografie wil de opdrachtgever kwaliteit zien. Zo ook de hoofdredacteur die ik benader. Het beeld moet er wel echt in knallen, vindt hij. Niveau National Geographic. Oei, dat wordt niet gemakkelijk en dat realiseert mijn opdrachtgever zich ook. Dus hij neemt de gok liever niet. Toch zou hij Costa Rica best in zijn blad willen. Hoe lossen we dit dus op? No cure no pay. Een merkwaardige term, want een journalist zorgt met een verhaal zelden voor genezing, maar toch rukt hij op in de journalistiek. Schrijf jij je verhaal maar, we zijn in principe geïnteresseerd, maar als het niet goed genoeg is, nemen we het niet. Ik ga akkoord. Jammer? Nee, ik vind het wel wat. Het geeft niet alleen de opdrachtgever de mogelijkheid mijn werk straks niet af te nemen, het biedt mij ook de vrijheid om tijdens mijn vakantie te besluiten dat ik het stuk toch maar niet schrijf. En mijn lief op elk kiekje te zetten.

Vluchteling over de vloer

Voor een tijdschrift heb ik net een verhaal afgerond over de particuliere opvang van vluchtelingen in Nederland. Ik had het onderwerp zelf bedacht maar had toen nog geen idee van de onwil waarop ik zou stuiten. Vluchtelingenwerk wilde niet praten, COA wilde niet praten, Nidos wilde niet praten, mensen die een vluchteling onder dak hadden wilden niet praten en de vluchteling zelf al helemaal niet. Maar het is gelukt; het verhaal is af. 3000 woorden in totaal.

Mijn vraag was simpel : waarom zou een mens zijn huis openzetten voor een wildvreemde vluchteling? Wie doet dat, en waarom? Ik zou een paar gezinnen zoeken die hun huizen hadden opengezet maar nog niemand onderdak hadden en een paar gezinnen die al opvang boden. Dat moest niet moeilijk zijn, leek me. Het blad in kwestie vond het een prachtig idee: het liefst wilde het complete vluchtelinggezinnen, en ze moesten natuurlijk ook op de foto willen. En degenen die voor de opvang zorgden, moesten wel in de doelgroep passen, en bovendien een beetje fotogeniek zijn. Ik was nog maar net begonnen, of ik kreeg het al wat benauwd. Want een flink aantal oproepen in de social media hadden nog tot niets geleid en ik had inmiddels ook dat het COA  niet aan de particuliere opvang wilde. Waren er eigenlijk wel gezinnen met vluchtelingen over de vloer? Maar intussen zaten BN’ers bij Pauw blij te verkondigen dat zij iemand in huis zouden nemen zodra de politiek daarom zou vragen en in hetzelfde programma kondigde Joël Voordewind van de CU aan dat het snel geregeld zou zijn. We zouden er zelfs een financiële vergoeding voor krijgen. Maar er gebeurde niets.

Wie heeft er een vluchteling in huis? Dat is de particulier die zelf het initiatief neemt, weet ik nu. Hij komt iemand tegen uit een AZC die daar weg wil of weg moet, hij stuit op een wanhopige uitgeprocedeerde asielzoeker die op straat staat, en neemt hem uit de goedheid van zijn hart in huis. Hij wil niet in de publiciteit en beschermt ‘zijn’ vluchteling als een pitbull. Vorige week sneerde staatssecretaris Dijkhof dat al die BN’ers die zogenaamd iemand in huis zouden nemen, dat nog steeds niet gedaan hebben. Geen wonder, het COA werkt niet mee. Particuliere opvang geeft maar chaos, is de gedachte. Vreemd, als je bedenkt dat de politiek vorige week besloot dat alleenstaande mannelijke vluchtelingen maar het beste op straat gezet kunnen worden, aangezien de opvanglocaties vol zitten. Intussen meldden 7.000 mensen zich via de Facebookpagina Ik ben een gastgezin voor een vluchteling als serieuze kandidaat voor opvang in hun eigen huis. Ze zijn er klaar voor maar wachten vergeefs op hun eerste gast.

Mijn verhaal is af maar ik ben nog lang niet uitverteld. Er was zoveel dat ik niet in dit stuk kwijt kon, dat ik er eigenlijk nog minstens drie verhalen over zou moeten schrijven.

Mooie recensies

coverHet is alweer twee weken geleden ofzo, maar aangezien deze site nog maar net in de lucht is wil ik het toch even melden. Dat er op De Nieuwe Reporter een prachtige recensie staat over mijn laatste boek De journalist als zzp’er. Eerder was er ook al een mooie recensie verschenen in Villamedia. Daar ben ik natuurlijk razend blij mee. Het boek is bedoeld voor iedereen die aan het begin staat van een journalistieke carrière als freelancer. Dat kunnen studenten zijn die voorzichtig aan hun eerste klusje beginnen, maar ook door de wol geverfde redacteuren die zijn wegbezuinigd bij een medium en nu ineens moeten gaan freelancen. Of tekstschrijvers die de stap willen zetten naar de journalistiek. Hoe pak je dat aan en wat komt daar allemaal bij kijken? Omdat de wereld van de journalistiek bijzonder in elkaar zit, leek het mij zinvol hier een apart boek aan te wijden. Gelukkig dacht de uitgever, Adfogroep, er net zo over. En nu nog bedenken hoe we mensen in dit digitale tijdperk kunnen aanzetten tot de aanschaf van een ouderwets gedrocht als een papieren boek.